ECLI:NL:CRVB:2005:AT9766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurders voor onbetaalde sociale verzekeringspremies wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
Appellanten, voormalige bestuurders van een besloten vennootschap die failliet is verklaard, zijn hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde sociale verzekeringspremies over hun bestuursperiode. Zij stelden dat zij betalingsonmacht tijdig hadden gemeld en dat zij alle mogelijke maatregelen hadden genomen om de vennootschap financieel gezond te maken.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard omdat appellanten het wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur niet konden weerleggen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat de brief van 16 mei 2000 niet als melding van betalingsonmacht kan worden gezien. Bovendien geldt dat bestuurders collectief verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid en zich niet kunnen beroepen op taakverdeling of fouten van medebestuurders.
De Raad concludeert dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat het niet betalen van de premies niet aan hen te wijten is. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de hoofdelijk aansprakelijkheid van appellanten bevestigd.