ECLI:NL:CRVB:2005:AT9772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening dagloon en WAO-uitkering na onjuiste vaststelling
Appellante, werkzaam als parttime schoonmaakster, meldde zich ziek met overspannenheid en rugklachten waarna zij een WAO-uitkering ontving gebaseerd op een dagloon van €86,37. Later bleek dat het dagloon onjuist was vastgesteld en werd dit bij besluit van 20 november 2002 verlaagd naar €5,01, na bezwaar deels verhoogd naar €6,64 per dag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat het oorspronkelijke dagloon niet correct was vastgesteld, mede omdat het netto inkomen van appellante voorafgaand aan arbeidsongeschiktheid aanzienlijk lager was dan de uitkering.
De Raad benadrukt dat appellante had moeten begrijpen dat zij geen aanspraak kon maken op een uitkering gebaseerd op het te hoge dagloon. Daarnaast heeft gedaagde uit zorgvuldigheidsoverwegingen de herziening gefaseerd doorgevoerd vanaf 1 januari 2003. De Raad acht het bestreden besluit rechtmatig en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De herziening van het dagloon en de verlaging van de WAO-uitkering worden bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.