ECLI:NL:CRVB:2005:AT9778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen premienota werknemersverzekeringen
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde dat gedaagde niet-ontvankelijk was in zijn bezwaar tegen een premienota over de jaren 2000 en 2001 omdat de gronden van het bezwaar niet waren ingediend en het verzuim niet was hersteld.
Gedaagde had bezwaar aangetekend tegen de premienota en verwees naar aanvullende gegevens die tijdens een boekenonderzoek aan de looninspecteur waren verstrekt. De rechtbank oordeelde dat deze informatie voldoende was om de gronden van het bezwaar te bevatten.
Appellant betwistte dit en stelde dat het onduidelijk was op welke wijze uit het bezwaarschrift bleek dat de premie te hoog was vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en stelde dat het voor appellant duidelijk had moeten zijn dat het bezwaar gericht was tegen de brutering op grond van het anoniementarief.
Hierdoor kon het besluit van appellant het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren geen stand houden. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde appellant tot betaling van de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het bezwaar van gedaagde wordt ontvankelijk verklaard en het besluit van appellant niet-ontvankelijkheid te verklaren wordt vernietigd.