ECLI:NL:CRVB:2005:AT9800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering na wachttijd vanwege juiste waardering beperkingen
Appellant, een voormalig fulltime produktiemedewerker, meldde zich ziek met rug-, nek- en psychische klachten. Na afloop van de wachttijd weigerde het UWV hem een WAO-uitkering toe te kennen, omdat hij volgens medisch onderzoek geschikt was voor bepaalde functies zonder relevant verlies aan verdiencapaciteit.
De rechtbank onderschreef deze beoordeling en stelde dat de mate van arbeidsongeschiktheid correct was ingedeeld op minder dan 15%. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen niet juist waren ingeschat, onderbouwd met medische adviezen van een orthopedisch chirurg en de GGD.
De Raad oordeelde dat het medisch oordeel van de verzekeringsartsen juist was, mede omdat de aanvullende medische stukken geen aanwijzingen gaven voor zwaardere beperkingen op de relevante datum. Het GGD-advies betrof een latere periode en was niet specifiek voor de WAO-beoordeling.
Gezien het ontbreken van twijfel aan het medisch oordeel zag de Raad geen reden voor nader onderzoek en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat de beperkingen van appellant juist zijn gewaardeerd.