ECLI:NL:CRVB:2005:AT9837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.D.A. Bos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde nabestaandenuitkering bij wisselend inkomen
Appellante ontving vanaf 1 januari 1998 een inkomensafhankelijke nabestaandenuitkering. Vanwege wisselende inkomsten uit oproepwerkzaamheden verzocht zij om haar maandinkomen te middelen voor de toepassing van de ANW-inkomenstoets. Gedaagde stelde echter vast dat het inkomen in bepaalde maanden buiten de vastgestelde grenzen viel, waardoor middeling niet mogelijk was en het werkelijke inkomen moest worden gehanteerd.
De Raad oordeelde dat de wet en het Inkomens- en samenloopbesluit ANW uitgaan van maandelijkse vaststelling en verrekening van inkomen, waarbij middeling slechts is toegestaan indien het inkomen gedurende de gehele periode binnen de grenzen blijft. De uitbetaalde vakantiedagen werden terecht als loon aangemerkt en meegenomen in de berekening.
De Raad concludeerde dat de terugvordering van € 177,54 aan onverschuldigde uitkering terecht is en bevestigde het bestreden besluit. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en de situatie van appellante wijkt niet wezenlijk af van andere ANW-gerechtigden met wisselend inkomen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd ontvangen nabestaandenuitkering wegens niet-toepassing van middeling.