ECLI:NL:CRVB:2005:AT9889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking directeuren/aandeelhouders ondanks gezagsbetwisting
De zaak betreft een geschil over de vraag of vier directeuren/aandeelhouders van een vennootschap sinds de oprichting in 1996 werkzaam zijn in een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat sprake is van een dergelijke dienstbetrekking, waarbij de feitelijke omstandigheden en de statutaire bepalingen over de invloed binnen de algemene vergadering van aandeelhouders doorslaggevend zijn.
Appellanten voerden aan dat er geen sprake is van een gezagsverhouding, maar de Raad verwijst naar vaste jurisprudentie waarin wordt gesteld dat het ontbreken van doorslaggevende invloed op benoeming en ontslag van directeuren wijst op een gezagsrelatie. De door de fiscus afgegeven verklaringen arbeidsrelatie zijn niet van toepassing op deze periode en maken bovendien een voorbehoud.
De Raad overweegt dat het huishoudelijk reglement, hoewel zonder juridische status, wel relevant is omdat alle betrokkenen directietaken vervulden die zij persoonlijk moesten uitvoeren. Het beroep op undue delay wordt verworpen omdat de verzekering van rechtswege ontstaat en eventuele schendingen van beginselen van behoorlijk bestuur pas in latere fases relevant zijn.
Uiteindelijk wordt het hoger beroep van appellanten ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.