ECLI:NL:CRVB:2005:AT9931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Eigenbouwer aansprakelijk voor premieschulden kledingproductiebedrijven
Appellante, actief in de groothandel en productie van kleding, liet in 1994 kleding vervaardigen bij twee naai-ateliers. De premieschulden van deze ateliers werden op grond van artikel 16b CSV aan appellante als eigenbouwer toegerekend. De rechtbank verklaarde de beroepen deels gegrond en vernietigde besluiten voor februari 1994. Gedaagde stelde de aansprakelijkheid bij nieuwe besluiten bij, maar appellante bleef zich verzetten en stelde dat zij slechts opdrachtgever was.
De Raad oordeelde dat het naaien van kleding een normale, structurele bedrijfsactiviteit van appellante is, waarbij zij de algehele leiding had en intensieve controle uitoefende. Dit maakt haar eigenbouwer volgens de CSV. Verder was het incassobeleid van gedaagde niet onredelijk traag en waren de termijnen voor invordering niet overschreden.
Ten aanzien van de hoogte van de aansprakelijkstelling oordeelde de Raad dat appellante de administratieplicht had verzaakt, waardoor gedaagde een redelijke schatting mocht maken. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan onderbouwing en aanwijzingen voor gelijke gevallen.
De Raad verklaarde de hoger beroepen tegen eerdere uitspraken niet-ontvankelijk en wees de beroepen tegen de nieuwe besluiten ongegrond. De aansprakelijkstelling bleef in stand.
Uitkomst: De aansprakelijkstelling van appellante als eigenbouwer voor premieschulden wordt bevestigd en de beroepen worden ongegrond verklaard.