ECLI:NL:CRVB:2005:AT9968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstandsuitkering wegens overschrijding gebruikelijke vakantieduur en onvoldoende arbeidsverzoek niet gegrond verklaard
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering volgens de Algemene bijstandswet (Abw) en verbleven van 26 januari tot 2 maart 2002 op bedevaart naar Mekka. De gemeente Utrecht weigerde bijstand over de periode 23 februari tot 2 maart 2002 vanwege overschrijding van de gebruikelijke vakantieduur van vier weken en legde een verlaging van de uitkering met 10% op voor twee maanden wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat appellanten niet tot de categorie behoorden die langer dan vier weken buiten Nederland mocht verblijven en dat de overschrijding van drie dagen onvoldoende is om te concluderen dat appellant niet naar vermogen arbeid heeft gezocht. De verlaging van de uitkering is daarom onterecht en het besluit is onvoldoende gemotiveerd.
De Raad vernietigt het besluit en de uitspraak voor zover deze betrekking hebben op de maatregel en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente Utrecht in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering wegens overschrijding van de gebruikelijke vakantieduur en onvoldoende arbeidsverzoek wordt vernietigd en het besluit wordt terugverwezen voor heroverweging.