ECLI:NL:CRVB:2005:AT9986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Betaling van eerder toegekende maar niet uitbetaalde bijstandsuitkering onder voorwaarde van medewerking krediethypotheek
Appellant en zijn echtgenote ontvingen sinds 1983 een uitkering op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW). In 1996 werd een uitkering toegekend onder de voorwaarde dat zij zouden meewerken aan het vestigen van een krediethypotheek op hun eigen woning. Appellant weigerde medewerking, waardoor de uitkering niet werd uitbetaald.
In 2002 verzocht appellant om betaalbaarstelling van deze uitkering met terugwerkende kracht. De gemeente onderzocht zijn financiële situatie en concludeerde dat appellant en zijn echtgenote niet in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerden, mede omdat zij financiële steun ontvingen van familieleden. De gemeente trok daarom de uitkering met terugwerkende kracht in.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gemeente de strekking van het verzoek tot betaalbaarstelling miskende. De Raad stelde dat de intrekking op grond van niet-bijstandbehoevendheid niet kon plaatsvinden voordat het recht op bijstand was vastgesteld. Het besluit werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Tevens werd de gemeente veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd, met inachtneming van de rechtsgevolgen.