ECLI:NL:CRVB:2005:AU0011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering herziening WAO-dagloon en vergoeding wettelijke rente
Appellant verzocht om herziening van zijn WAO-dagloon uit 1984, waarbij hij onder meer pensioenkostentoeslag, reiskostenvergoeding voor vakanties naar het land van herkomst, extra reisdagen en vakantiedagen wilde laten meenemen. Gedaagde, het UWV, wees dit verzoek af. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de weigering van herziening ongegrond, maar oordeelde wel dat het besluit omtrent de wettelijke rente onrechtmatig was en vernietigde dit.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het oorspronkelijke besluit uit 1984 in rechte onaantastbaar is geworden, en dat het terugkomen op een dergelijk besluit een discretionaire bevoegdheid betreft die slechts terughoudend kan worden getoetst. Appellant had onvoldoende bewijs geleverd voor de extra vakantiedagen en toeslagen. De Raad onderschreef dat de extra vakantiedagen geen extra loon vormen en dat de CAO-toeslag en pensioenkostentoeslag niet in aanmerking komen.
Verder oordeelde de Raad dat de wettelijke rente vanaf de aanzegging in 2000 verschuldigd is, en niet vanaf 1992 zoals appellant betoogde, mede omdat het UWV geen bewust beleid voerde om rente vanaf 1992 te vergoeden. De Raad vond geen aanleiding om het gelijkheidsbeginsel toe te passen in het voordeel van appellant.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarmee het besluit tot weigering van herziening en de rentevergoeding ongewijzigd bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening van het WAO-dagloon en wijst vergoeding van wettelijke rente vanaf vóór 2000 af.