ECLI:NL:CRVB:2005:AU0206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAJONG-uitkering wegens onjuiste inschatting medische beperkingen
De zaak betreft de intrekking van een WAJONG-uitkering die aan gedaagde was toegekend wegens een psychiatrische aandoening en ADHD. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had de uitkering ingetrokken op grond van een herbeoordeling waarbij werd geconcludeerd dat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedroeg. Gedaagde maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de rechtbank werd vernietigd vanwege een onvolledige en onzorgvuldige medische beoordeling.
In hoger beroep stond centraal of de medische beperkingen van gedaagde ten tijde van het bestreden besluit juist waren ingeschat. Diverse medische rapporten en verklaringen van psychiaters en verzekeringsartsen werden gewogen. De Raad concludeerde dat gedaagde op het moment van het besluit geen adequate medicatie gebruikte en daardoor medisch zodanig beperkt was dat zij niet in staat was tot arbeid.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het besluit tot intrekking van de uitkering onrechtmatig was. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en volledige medische beoordeling bij herbeoordeling van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAJONG-uitkering wordt vernietigd omdat de medische beperkingen van gedaagde onjuist zijn ingeschat.