ECLI:NL:CRVB:2005:AU0219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als keukenhulp, meldde zich ziek wegens colitis ulcerosa en vroeg een WAO-uitkering aan. Uit verzekeringsgeneeskundig onderzoek bleek dat hij beperkingen heeft, waaronder frequente toiletbezoeken en beperkingen bij werken onder tijdsdruk. Diverse medische en arbeidsdeskundige rapporten stelden de arbeidsongeschiktheid echter op minder dan 15%.
Gedaagde, het UWV, weigerde de WAO-uitkering en verklaarde de bezwaren ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat psychische klachten onvoldoende werden meegewogen. Ook stelde hij dat de geselecteerde functies ongeschikt waren vanwege de aard van het werk en zijn beperkingen.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet waren overschat. De brief van de behandelend psychiater bood onvoldoende aanleiding tot een ander oordeel. De geselecteerde functies waren passend en de mate van arbeidsongeschiktheid bleef onder de 15%. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is.