ECLI:NL:CRVB:2005:AU0319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Herzieningsverzoek premies werknemersverzekeringen afgewezen wegens ontbreken nieuwe feiten
De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die de bestreden besluiten vernietigde waarin appellant de premierestitutie aan gedaagden weigerde.
Gedaagden hadden verzocht om restitutie van premies over de jaren 1996 tot en met 2001, stellende dat zij ten onrechte teveel premies hadden betaald op basis van een verkeerd werkpatroon. Appellant verweerde zich door te stellen dat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die herziening rechtvaardigen, en dat de uitspraak van 31 mei 2001 geen nieuw feit vormt.
De Raad overweegt dat het bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek tot terugkomen op een besluit inhoudelijk te behandelen, maar dat bij handhaving het oorspronkelijke besluit uitgangspunt blijft. De Raad volgt appellant in zijn standpunt dat gedaagden geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben aangevoerd. De eerdere uitspraak van 31 mei 2001 kan niet worden aangemerkt als nieuw feit of veranderde omstandigheid.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en verklaart de beroepen ongegrond. Tevens wijst de Raad een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek tot restitutie van premies wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.