ECLI:NL:CRVB:2005:AU0338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Betekenis en toepassing van loondagenbegrip bij afwisselende werk- en niet-werkperiodes in ploegendienst
In deze zaak staat de uitleg van het begrip 'loondagen' in artikel 9 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) centraal, specifiek bij werknemers die een patroon van veertien dagen werken en veertien dagen niet-werken hanteren. Appellante betwist dat sprake is van ploegendienst en stelt dat alleen de daadwerkelijk gewerkte dagen als loondagen mogen worden gerekend.
De Raad overweegt dat het begrip loondagen niet beperkt is tot dagen waarop daadwerkelijk arbeid is verricht, maar ook dagen omvat waarop loon wordt genoten, ook als er geen arbeid is verricht. Dit is in lijn met de systematiek van premieheffing en voorkomt rechtsongelijkheid. Voor werknemers in ploegendienst geldt dat ook in weken zonder arbeid vijf loondagen worden gerekend.
De Raad bevestigt dat het patroon van veertien dagen werken en veertien dagen niet-werken een repeterend patroon is dat onder ploegendienst valt. Hierdoor moeten in de weken zonder arbeid vijf loondagen worden gerekend en in de weken met arbeid zeven, wat leidt tot twintig loondagen per vier weken. Het meerdere wordt buiten beschouwing gelaten bij premieheffing.
De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het bestreden besluit komt te vervallen en gedaagde wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat voor werknemers met een veertien dagen werken en veertien dagen niet-werken patroon twintig loondagen per vier weken in aanmerking worden genomen.