ECLI:NL:CRVB:2005:AU0481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.C.W. van Huussen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig onderwijzeres, werd op 3 mei 2001 de WAO-uitkering geweigerd omdat zij na de wachttijd van 52 weken minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Dit besluit werd door de rechtbank Rotterdam op 17 juli 2003 bevestigd. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet in staat was de haar voorgehouden functies te verrichten vanwege fysieke beperkingen en pijnklachten, en dat gedaagde onvoldoende informatie had ingewonnen bij haar behandelaars.
De Raad baseerde zich op het rapport van de verzekeringsarts, die aanzienlijke beperkingen vaststelde, en de arbeidsdeskundige, die geschikte functies selecteerde met een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15%. De Raad oordeelde dat de functies geen zware rugbelasting vereisten en dat de medische brieven van de neurochirurg onvoldoende waren om een hoger WAO-percentage toe te kennen.
De Raad vond dat het bestreden besluit op een juiste medische en arbeidskundige grondslag berustte en dat het ontbreken van informatie van behandelaars niet tot een andere conclusie zou hebben geleid. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.