ECLI:NL:CRVB:2005:AU0540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering en terugvordering onverschuldigde betalingen
Appellant, voormalig monteur koeltechniek, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een onderzoek naar vermoedelijke werknemersfraude en medische herbeoordelingen werd de uitkering herzien en deels ingetrokken. De verzekeringsarts kwam tot een lagere mate van arbeidsongeschiktheid dan aanvankelijk vastgesteld.
Appellant maakte bezwaar tegen de herzieningsbesluiten en de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen. De rechtbank wees de beroepen af, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad onderzocht of de herziening zorgvuldig was voorbereid en of de medische beperkingen van appellant juist waren beoordeeld.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts terecht de eerdere reisbeperking had laten vervallen op basis van verklaringen van appellant tijdens het fraudeonderzoek. De medische beoordeling was zorgvuldig en voldoende onderbouwd, mede door bevestiging van een bezwaarverzekeringsarts en aanvullende informatie van de behandelende GGZ-instelling. Appellant bracht geen nieuwe medische gegevens aan die tot een ander oordeel konden leiden.
De Raad bevestigde daarom de uitspraken van de rechtbank, waaronder de herziening van de WAO-uitkering per 4 januari 2001 en de terugvordering van een bedrag van € 1.162,65. Tevens werd geoordeeld dat het tweemaal heffen van griffierecht terecht was, omdat de rechtbank afzonderlijke uitspraken deed over de herzienings- en terugvorderingsbesluiten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen.