ECLI:NL:CRVB:2005:AU0604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens verlies aan belang bij WAO-uitkeringsbesluit
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV die zijn WAO-uitkering aanvankelijk ongewijzigd lieten of introkken vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. De rechtbank Rotterdam vernietigde het intrekkingsbesluit en beval een nieuw besluit. Het UWV stelde vervolgens het arbeidsongeschiktheidspercentage van appellant vast op 80 tot 100%, waarmee het eerdere standpunt werd herroepen.
Appellant handhaafde zijn hoger beroep omdat hij meende volledig arbeidsongeschikt te zijn op medische gronden, maar de Raad oordeelde dat het UWV met het nieuwe besluit materieel tegemoet was gekomen aan zijn beroep. Hierdoor was geen sprake meer van een geschil over een bestuursbesluit.
De Raad baseerde zich op de jurisprudentie dat de bestuursrechter alleen rechtsvragen behandelt als er een actueel geschil is. Omdat appellant de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse toegekend kreeg, was het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens verlies aan belang.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed. Appellant staat vrij om zich te wenden tot het UWV voor een eventuele schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verlies aan belang na toekenning van de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse.