ECLI:NL:CRVB:2005:AU0607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.C.W. van Huussen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van intrekking WAO- en WAJONG-uitkeringen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 14 juni 1997 uitviel wegens ernstige vermoeidheidsklachten en psychische problemen, kreeg haar WAO- en WAJONG-uitkeringen ingetrokken per 3 januari 2001 omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan respectievelijk 15% en 25% bedroeg. Na bezwaar en beroep verklaarden rechtbank en Raad het besluit van gedaagde, het UWV, ongegrond.
Appellante voerde aan dat zij niet in staat was haar eigen werk te hervatten of passend werk te verrichten vanwege psychische klachten en vermoeidheid. Zij bracht medische rapporten in, waaronder van psychiater Doorn en haar huisarts, die haar beperkingen onderschreven. De Raad liet gedaagde reageren op deze rapporten.
De verzekeringsarts van gedaagde concludeerde dat met de klachten voldoende rekening was gehouden in het belastbaarheidspatroon en dat er geen aanleiding was tot wijziging van het standpunt. De Raad oordeelde dat het besluit op een juiste medische en arbeidskundige grondslag berust, dat appellante geschikt is voor haar eigen werk en passend werk, en dat de mate van arbeidsongeschiktheid onvoldoende is voor uitkering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO- en WAJONG-uitkeringen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.