ECLI:NL:CRVB:2005:AU0664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf 1985 een bijstandsuitkering en werd in 2002 heronderzoekd toen bleek dat hij een auto bezat en geen opnames deed voor levensonderhoud via zijn girorekening. Hij gaf aan dat zijn moeder de kosten van levensonderhoud betaalde, terwijl hij de autokosten droeg. Ondanks verzoeken weigerde appellant de gevraagde bank- en creditcardafschriften te overleggen, met een beroep op privacy.
Gedaagde schortte het recht op bijstand op en trok het later in op grond van artikel 69 van Pro de Abw wegens schending van de inlichtingenplicht. Tevens werd een terugvordering ingesteld van ruim €10.000. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat hij tot rust was gebracht en dat het verzoek om gegevens inbreuk maakte op zijn privacy.
De Raad oordeelde dat gedaagde terecht het recht op bijstand opschortte en introk omdat appellant niet tijdig de noodzakelijke gegevens verstrekte. De privacybelangen wegen niet op tegen de noodzaak van de gegevens voor de beoordeling van het recht op bijstand. De Raad bevestigde de rechtmatigheid van de besluiten en de terugvordering en wees de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering wegens het niet verstrekken van noodzakelijke informatie.