ECLI:NL:CRVB:2005:AU0693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellant had vanaf januari 1999 een bijstandsuitkering die werd beëindigd vanwege detentie. Na een nieuwe aanvraag in november 2000 werd deze afgewezen omdat appellant weigerde mee te werken aan een huisbezoek. Een latere aanvraag in februari 2002 leidde tot uitnodigingen voor intakegesprekken, waarvan appellant twee keer niet kwam, maar wel op de derde uitnodiging in augustus 2002 verscheen. Tijdens dit gesprek werd een direct huisbezoek aangekondigd vanwege onduidelijkheid over zijn woonsituatie. Appellant weigerde opnieuw medewerking te verlenen aan het huisbezoek, tenzij dit vooraf werd aangekondigd.
De gemeente wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 65, derde lid, Abw, belanghebbenden verplicht zijn medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is, waaronder een direct huisbezoek. Alleen een zeer dringende reden kan weigering rechtvaardigen, maar appellant kon geen dergelijke reden aanvoeren.
De Raad concludeerde dat appellant zijn medewerkingsplicht had geschonden, waardoor niet kon worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. De afwijzing van de aanvraag werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand werd afgewezen wegens het niet verlenen van medewerking aan een direct aangekondigd huisbezoek.