ECLI:NL:CRVB:2005:AU0710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwerking provisie in dagloon bij WAO-uitkering na refertejaar
In deze zaak stond de vraag centraal of de provisie die appellant als handelsvertegenwoordiger na afloop van het refertejaar ontving, moest worden meegenomen in het dagloon voor zijn WAO-uitkering. De rechtbank had dit ontkennend beantwoord en het standpunt van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gevolgd, dat uitging van een opgave van de voormalige werkgever.
Appellant betwistte de juistheid van deze opgave, maar slaagde er niet in dit voldoende te onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat de werkgever een gedetailleerde lijst had verstrekt van alle werkzaamheden en bijbehorende provisies in de referteperiode, en dat het moment van arbeid bepalend is, niet het moment van uitbetaling.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en verwierp het hoger beroep van appellant. Tevens werd overwogen dat de door appellant in juli, augustus en oktober 2002 ontvangen provisie mogelijk verband hield met werkzaamheden vóór het refertejaar. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De provisie ontvangen na het refertejaar wordt niet in het dagloon van de WAO-uitkering verwerkt; de opgave van de werkgever wordt als betrouwbaar beschouwd.