ECLI:NL:CRVB:2005:AU0712

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 juli 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1709 CSV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R.C. Schoemaker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Coördinatiewet Sociale VerzekeringArt. 5 Coördinatiewet Sociale VerzekeringArt. 6 Coördinatiewet Sociale VerzekeringArt. 7 Coördinatiewet Sociale VerzekeringArt. 8 Coördinatiewet Sociale Verzekering
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging correctienota's bij looncontrole ondanks betwisting verstrekkingen aan niet-vast personeel

Appellante, een stratenmakerbedrijf, betwistte de correctienota’s die voortvloeiden uit een looncontrole over de jaren 1995 tot en met 1999. Zij stelde dat bepaalde verstrekkingen aan werknemers niet tot het vaste werknemersbestand behoorden, zoals vakantiehulpen en inleenkrachten, en dat hiermee ten onrechte geen rekening was gehouden bij de berekening van de correctienota’s.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet geslaagd was in het aannemelijk maken van haar stelling. Zij had niet verifieerbaar gemaakt welke verstrekkingen aan welke werknemers waren gedaan en wie precies tot het niet-vaste personeel behoorden. Hierdoor kon de Raad niet anders dan het standpunt van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevestigen.

De Raad wees tevens op het ontbreken van gronden voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Zutphen. De uitspraak is gedaan door mr. R.C. Schoemaker, voorzitter, en mr. A. Kovács, griffier, en op 14 juli 2005 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de correctienota’s worden bevestigd.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/1709 CSV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
?. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellante heeft S. Vermeer RA, werkzaam bij Mazars Paardekooper Hoffman te Goor, hoger beroep ingesteld tegen de tussen partijen op 18 februari 2004 onder kenmerk 03/504 door de rechtbank Zutphen gewezen uitspraak.
Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 23 juni 2005, waar namens appellante is verschenen haar gemachtigde Vermeer, terwijl gedaagde zich zoals tevoren schriftelijk bericht niet heeft doen vertegenwoordigen.
??. MOTIVERING
Bij het besluit van 5 maart 2003 heeft gedaagde, voor zover van belang, gehandhaafd zijn naar aanleiding van een bij appellante over de jaren 1995 tot en met 1999 gehouden looncontrole ingenomen standpunt, dat appellante in het kader van het door haar uitgeoefende stratenmakerbedrijf aan haar werknemers naast een vaste onkostenvergoeding van fl 5,- per dag, bestemd voor onder meer werkkleding, werkschoenen en gereedschap, deze zaken ook in natura heeft verstrekt.
Ter zitting van de Raad is namens appellante betoogd dat het hoger beroep zich beperkt tot de grief dat bij de berekening van de correctienota’s ten onrechte geen rekening is gehouden met het feit dat bepaalde verstrekkingen aan werknemers zijn gedaan die niet tot het vaste werknemersbestand van appellante behoren.
Naar het oordeel van de Raad is appellante niet geslaagd in het aannemelijk maken van haar stelling dat een deel van de verstrekkingen bestemd was voor vakantiehulpen en inleenkrachten. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat appellante niet verifieerbaar geadstrueerd heeft wie dat betreft en welke verstrekkingen op welke werknemer betrekking hebben. Het hoger beroep van appellante slaagt dan ook niet.
De Raad acht tot slot geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
???. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. R.C. Schoemaker, in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2005.
(get.) R.C. Schoemaker.
(get.) A. Kovács.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending be-roep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van het begrip loon in de artikelen 4 tot en met 8 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
JK/1475