ECLI:NL:CRVB:2005:AU0927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant vroeg een WAO-uitkering aan die door het UWV werd afgewezen omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. Na bezwaar en een gedeeltelijk gegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde appellant hoger beroep in tegen het nieuwe besluit op bezwaar van 10 november 2003.
De Raad overwoog dat het hoger beroep tegen de eerdere uitspraak niet-ontvankelijk was, maar het beroep tegen het nieuwe besluit op bezwaar wel ontvankelijk. De medische beoordeling was betwist, met name vanwege het ontbreken van een tolk bij het onderzoek door de verzekeringsarts, wat de deskundige ten onrechte niet had meegewogen. De Raad oordeelde dat zonder expliciete vermelding van een tolk moet worden aangenomen dat deze niet aanwezig was, waardoor het oordeel van de deskundige onvoldoende betrouwbaar was.
Ook de arbeidskundige beoordeling was onvoldoende. De geactualiseerde functie van productiemedewerker assemblage stelde een opleidingseis die appellant niet kon vervullen. De arbeidsdeskundige had deze eis onterecht gerelativeerd, terwijl de functiebeschrijving nog steeds complexe taken bevatte. De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en verordonneerde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de eerdere uitspraak is niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het besluit van 10 november 2003 is gegrond verklaard en het besluit vernietigd.