ECLI:NL:CRVB:2005:AU0929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ziekengeld na hersteldverklaring verzekeringsarts
Appellante, voormalig inpakster, ontving sinds eind 1995 een arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens rugklachten. Na een herbeoordeling in 2000 werd haar uitkering ingetrokken omdat zij in staat werd geacht niet-rugbelastend werk te verrichten. Sinds september 2001 werkte zij weer als inpakster en meldde zich ziek op 25 april 2002. Een verzekeringsarts verklaarde haar op 31 oktober 2002 hersteld, rekening houdend met een operatie aan haar rechterhand in mei 2002 en informatie van een neuroloog.
Op basis hiervan werd per 4 november 2002 het ziekengeld stopgezet. In de bezwaarprocedure bevestigde een bezwaarverzekeringsarts dat appellante geschikt was voor haar werk zonder belasting van rechter pols/elleboog. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan, onder verwijzing naar de medische rapporten en het ontbreken van gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Hoewel appellante in september 2003 opnieuw een operatie onderging voor ulnaris neuropathie, doet dit niet af aan de rechtmatigheid van de hersteldverklaring en het stopzetten van het ziekengeld per november 2002. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De intrekking van het ziekengeld per 4 november 2002 wordt bevestigd.