ECLI:NL:CRVB:2005:AU0990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering plaatsingsbudget arbeidsgehandicapte werknemer
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen waarin het besluit van het UWV werd bevestigd tot herziening en intrekking van het eerder toegekende plaatsingsbudget. Dit budget was oorspronkelijk toegekend op basis van een voltijds dienstverband met een arbeidsgehandicapte werknemer van minimaal een jaar, maar bleek achteraf een deeltijdbetrekking van kortere duur te zijn.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de wettelijke bepalingen correct had toegepast en dat de terugvordering van het bedrag van f 5.931,-- rechtmatig was. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan en overweegt dat de voortijdige beëindiging van de dienstbetrekking binnen de periode van het toegekende budget bepalend is voor de rechtmatigheid van de herziening.
Appellant voerde geen nieuwe grieven aan die tot een andere uitkomst konden leiden. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van het onverschuldigd betaalde plaatsingsbudget.