ECLI:NL:CRVB:2005:AU0994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant was sinds november 1991 arbeidsongeschikt en ontving uitkeringen op grond van de AAW en WAO. Bij besluit van 2 maart 1995 werden deze uitkeringen ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Appellant maakte destijds geen bezwaar of beroep tegen dit besluit.
In 1999 verzocht appellant om terug te komen van het intrekkingsbesluit, stellende dat de medische keuring destijds niet zorgvuldig was geweest. Dit verzoek werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar ook dat bezwaar werd ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het besluit van 2 maart 1995 formele rechtskracht heeft gekregen en dat appellant niet heeft aangetoond dat er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die het besluit zouden kunnen beïnvloeden. De medische stukken tonen geen hogere mate van arbeidsongeschiktheid aan dan destijds vastgesteld.
De Raad wijst ook het argument van appellant af dat hij destijds niet op de bezwaarprocedure was gewezen, omdat bezwaar tegen WAO-besluiten pas sinds 1 mei 1997 mogelijk is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het intrekkingsbesluit blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.