ECLI:NL:CRVB:2005:AU1008
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering onterecht wegens arbeidsongeschiktheid voor eigen werk
Appellante was werkzaam als verpleegkundige totdat zij in mei 1998 uitviel wegens vermoeidheids- en uitputtingsklachten. Per 31 mei 1999 werd haar een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%, maar deze werd per 23 augustus 1999 ingetrokken omdat zij geschikt werd geacht voor haar eigen werk.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking gegrond, vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep stelde appellante dat zij op de datum van intrekking nog steeds arbeidsongeschikt was. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het rapport van een onvolledig onderzoek gebruikte en dat uit meerdere medische rapporten blijkt dat appellante niet in staat was haar eigen werkzaamheden te verrichten.
De Raad concludeerde dat de intrekking van de WAO-uitkering onterecht was en vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten. Tevens werd gedaagde opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten en griffierecht van appellante.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 23 augustus 1999 wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.