ECLI:NL:CRVB:2005:AU1009

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 juli 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-1239 WWB + 05-1240 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Th.G.M. Simons
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging gedeeltelijk besluit bezwaar sociale zekerheidsuitkeringen gemeente Venlo

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo stelde bij besluit van 1 juni 2004 de bezwaren van twee gedaagden tegen vier primaire besluiten van januari tot maart 2004 ongegrond. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep tegen het besluit van 1 juni 2004 gegrond en vernietigde dit besluit volledig. De Centrale Raad van Beroep constateerde dat de rechtbank abusievelijk slechts haar oordeel gaf over één besluit op bezwaar, terwijl het beroep tegen het andere besluit ongegrond verklaard had moeten worden.

De Raad stelde vast dat het bezwaar tegen het primaire besluit van 30 maart 2004 terecht ongegrond was verklaard, maar dat de rechtbank dit niet correct had verwerkt in haar beslissing. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het besluit van 1 juni 2004 betrof en vernietigde het besluit slechts gedeeltelijk, namelijk voor de bezwaren tegen de besluiten van 14 januari, 26 januari en 20 februari 2004. Voor de overige bezwaren bleef het besluit van 1 juni 2004 in stand.

De Raad wees een veroordeling in proceskosten af en bepaalde dat het College opnieuw moet beslissen binnen de grenzen van de uitspraak. De uitspraak werd op 27 juli 2005 openbaar uitgesproken door rechter Simons.

Uitkomst: Het besluit van 1 juni 2004 wordt gedeeltelijk vernietigd en de uitspraak van de rechtbank wordt gedeeltelijk vernietigd.

Uitspraak

05/1239 WWB + 05/1240 WWB
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo, appellant,
en
[gedaagde 1] en [gedaagde 2], beiden wonende te [woonplaats], gedaagden.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 12 januari 2005, reg.nr. 04/826 NABW.
Mr. A.C.J. Lina, advocaat te Venlo, heeft zich als gemachtigde van gedaagden gesteld.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 juli 2005, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Bij besluit van 1 juni 2004 heeft appellant de bezwaren van gedaagden tegen zijn primaire besluiten van 14 januari 2004, 26 januari 2004, 20 februari 2004 en 30 maart 2004 ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, met beslissingen over het griffierecht en de proceskosten, het beroep van gedaagden tegen het besluit van 1 juni 2004 gegrond verklaard en dat besluit geheel vernietigd. Hoewel zulks ten - onrechte - noch in de overwegingen noch in de beslissing van de aangevallen uitspraak is opgenomen, houdt dit in dat appellant met inachtneming van de aangevallen uitspraak opnieuw dient te beslissen op de bezwaren van gedaagden tegen de primaire besluiten.
Appellant kan zich met de aangevallen uitspraak niet verenigen voorzover de vernietiging van het besluit van 1 juni 2004 betrekking heeft op het onderdeel waarin het bezwaar tegen het primaire besluit van 30 maart 2004 ongegrond is verklaard.
De Raad stelt, met appellant, vast dat uit de overwegingen van de aangevallen uitspraak zonder meer blijkt dat de rechtbank heeft geoordeeld dat bij het besluit van 1 juni 2004 het bezwaar tegen het primaire besluit van 30 maart 2004 terecht ongegrond is verklaard. De door de rechtbank gegeven beslissing is daarmee echter, kennelijk abusievelijk, niet in overeenstemming.
Het hoger beroep slaagt derhalve, zodat de aangevallen uitspraak - voorzover aangevochten - moet worden vernietigd.
De Raad zal vervolgens, binnen de omvang van het geding in hoger beroep doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen, het besluit van 1 juni 2004 gedeeltelijk vernietigen in plaats van geheel.
Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak voorzover aangevochten;
Vernietigt het besluit van 1 juni 2004 voorzover daarbij de bezwaren tegen de primaire besluiten van 14 januari 2004, 26 januari 2004 en 20 februari 2004 ongegrond zijn verklaard.
Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2005.
(get.) Th.G.M. Simons.
(get.) M. Pijper.