ECLI:NL:CRVB:2005:AU1023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verstrekking computer als communicatiemiddel op grond van Ziekenfondswet
Appellant, die door een tremor niet kan schrijven, verzocht in maart 2001 om verstrekking van een computer als hulpmiddel voor communicatie. Zijn huisarts bevestigde dat een computer zijn sociale reikwijdte zou vergroten vanwege zijn beperkte mobiliteit. Gedaagde wees dit verzoek af op grond van artikel 26, tweede lid, van de Regeling Hulpmiddelen 1996, dat vereist dat de aanvrager voor communicatie nagenoeg geheel op een computer is aangewezen.
De rechtbank Alkmaar oordeelde dat de weigering stand kan houden, omdat appellant gebruik kan maken van andere communicatiemiddelen zoals de telefoon en een eerder verstrekte typemachine. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat de Ziekenfondswet en de daarop berustende regelingen een gesloten systeem vormen, waarbij alleen aanspraak bestaat op hulpmiddelen die strikt in de regelgeving zijn omschreven.
De Raad overweegt dat het criterium voor verstrekking niet is of de voorziening nuttig is ter ondersteuning van de dagbesteding of ter voorkoming van sociaal isolement, maar of de aanvrager nagenoeg geheel op de computer is aangewezen voor communicatie. Appellant voldoet hier niet aan. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst op de ruime beoordelingsvrijheid van de bevoegde regelgever bij het vaststellen van het ziekenfondspakket.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van verstrekking van een computer als hulpmiddel voor communicatie.