ECLI:NL:CRVB:2005:AU1032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van schadevergoeding wegens niet tijdig beëindigen ziekenfondsverzekering
Appellant heeft niet tijdig de beëindiging van zijn ziekenfondsverzekering gemeld aan gedaagde, wat leidde tot een vordering van schadevergoeding door gedaagde over de periode van 1 februari 2000 tot en met 28 februari 2002. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij contact had gezocht om de verzekering te beëindigen en wees zijn beroep af.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad vond dat gedaagde bevoegd was om de schadevergoeding te vorderen en dat appellant niet had voldaan aan de voorwaarden voor beëindiging van de verzekering zoals vermeld op het aanmeldingsformulier. Ook het beroep van appellant op artikel 4, derde lid, van de Zfw werd verworpen.
De Raad concludeerde dat de wijze van gebruik van de bevoegdheid door gedaagde niet onrechtmatig was en dat het hoger beroep niet slaagt. De uitspraak van de rechtbank blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schadevergoeding blijft van kracht.