ECLI:NL:CRVB:2005:AU1046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, die sinds september 1999 arbeidsongeschikt is door de ziekte van Pfeiffer, ontving vanaf 30 augustus 2000 een WAO-uitkering op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na medisch onderzoek door verzekeringsarts P. Klein-Obbink en later E. van den Wittenboer, werd de uitkering herzien naar 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid, met een urenbeperking tot 20 uur per week.
Appellante stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in. De rechtbank Utrecht oordeelde dat het onderzoek volledig en zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellante voldoende waren meegewogen. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de verzekeringsartsen hun conclusies baseerden op eigen onderzoek en overleg met de behandelend neuroloog.
De Raad ziet geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen, omdat de medische beoordeling adequaat was en de arbeidskundige informatie geen aanleiding geeft tot een andere conclusie. Er is geen reden om een deskundige te benoemen en het bezwaar van appellante wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat het medisch onderzoek zorgvuldig en juist was.