ECLI:NL:CRVB:2005:AU1064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Gezagsverhouding en premieplicht onkostenvergoedingen in sociale verzekeringsrecht
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarin werd aangenomen dat zijn zoon in privaatrechtelijke dienstbetrekking tot hem stond en dat verstrekte onkosten- en reiskostenvergoedingen premieplichtig loon vormden. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel deels.
De Raad stelde vast dat de familieverhouding geen overheersende rol speelde en dat de zoon werkzaamheden verrichtte die wezenlijk waren voor de bedrijfsvoering, onder toezicht van appellant. Dit leidde tot de conclusie dat een gezagsverhouding bestond, ondanks dat de zoon factureerde als zelfstandige.
Ten aanzien van de onkostenvergoedingen oordeelde de Raad dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze vergoedingen ter dekking van reële kosten dienden. Appellant had nagelaten specificaties bij te houden ondanks aanwijzingen daartoe. De Raad vernietigde daarom het besluit over de correctienota van 2002 en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen.
Daarnaast wees de Raad het beroep op de carpoolregeling af wegens het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst. De proceskosten werden toegewezen aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit over de correctienota 2002 wordt vernietigd met opdracht tot nieuw besluit.