ECLI:NL:CRVB:2005:AU1078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dienstbetrekking en opzet/grove schuld bij premienota’s en boetenota’s UWV
Belanghebbende was in geschil met het UWV over premienota’s en boetenota’s die waren opgelegd naar aanleiding van een boekenonderzoek van de Belastingdienst. De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en het bestuursorgaan veroordeeld, met name omdat de motivering voor opzet/grove schuld onvoldoende was.
De Raad bevestigt dat het onderzoek van het bestuursorgaan zorgvuldig was en dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen belanghebbende en [C. de V.]. Dit volgt uit het feit dat alle werkzaamheden onder leiding en toezicht van belanghebbende werden verricht, er een gezagsverhouding bestond en de werkzaamheden tot de normale bedrijfsuitoefening behoren.
De Raad oordeelt anders dan de rechtbank over de boetenota’s: hoewel de Belastingdienst geen boete oplegde vanwege het pleitbare standpunt dat [C. de V.] zelfstandig was, is het bestuursorgaan bevoegd om voor de werknemersverzekeringen een andere kwalificatie te hanteren. Omdat belanghebbende geen duidelijkheid heeft gezocht, is de motivering voor opzet/grove schuld voldoende.
De Raad vernietigt daarom dit onderdeel van het vonnis van de rechtbank, bevestigt het overige en verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond.
Uitkomst: De Raad bevestigt de dienstbetrekking en vernietigt het oordeel van de rechtbank over opzet/grove schuld bij boetenota’s.