ECLI:NL:CRVB:2005:AU1140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsovereenkomst tussen betrokkene en appellante voor werkzaamheden in 2000
Appellante stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat de door betrokkene in 2000 verrichte werkzaamheden niet op basis van een arbeidsovereenkomst waren uitgevoerd. De Raad beoordeelde het looncontroleverslag en overige stukken, waaruit bleek dat betrokkene zijn werkzaamheden grotendeels op het kantoor van appellante verrichtte, onder leiding stond van een hoofdadviesgroep en regelmatig overleg voerde met werknemers van appellante.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden van betrokkene wezenlijk deel uitmaakten van de bedrijfsvoering van appellante en dat de vrijheid van betrokkene om zijn tijd in te delen beperkt was door de noodzaak van voortgang van projecten. Ook het feit dat betrokkene bepaalde werkzaamheden alleen op het kantoor van appellante kon verrichten, werd gezien als een gezagselement.
Verder werd vastgesteld dat betrokkene zich slechts in beperkte mate door derden liet vervangen, en dat de betalingen aan betrokkene als loon voor de verrichte arbeid moesten worden beschouwd. Appellante had onvoldoende gemotiveerd betwist dat er sprake was van een verzekeringsplichtige arbeidsrelatie.
De Raad bevestigde daarom het besluit van 5 augustus 2002 waarin de correctienota en boetenota over 2000 gehandhaafd werden, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene in 2000 op basis van een arbeidsovereenkomst voor appellante werkte en wijst het hoger beroep af.