De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak daarover onder meer het volgende overwogen, waarbij appellante is aangeduid als eiseres en gedaagde als verweerder en de Raad de naam van betrokkene heeft vervangen door “betrokkene”:
“Eiseres heeft (...) als bedrijfsomschrijving het geven van adviezen, het uitwerken van plannen en het leiden van de uitvoering van werken op het gebied van warmte-, luchtbehandeling-, sanitair-, elektro- en transporttechnieken en aanverwante technieken.
(…)
Volgens een e-mail van 17 november 1999 heeft eiseres betrokkene gevraagd om (weer) werkzaamheden voor haar te verrichten. Afgesproken is dat hij tot eind 1999 op afroep w(erktuigbouw)-calculatiewerkzaamheden zou verrichten. Volgens de e-mail wilde betrokkene ook de komende jaren voor eiseres blijven werken indien eiseres hem een schriftelijke garantie kon geven dat zij hem een bepaalde tijd per week zou inhuren. Gesuggereerd werd een aantal van gemiddeld 32 uur per week. Het was dan de bedoeling dat hij werd ingezet voor calculatie- en uitvoeringsbegeleiding aangezien er geen w(erktuigbou)-uitvoeringsmedewerker aanwezig was door het (volledig) inzetten van een medewerker bij ING. In principe wilde betrokkene de volgende afspraken: een garantie voor een minimum aantal uren, af te rekenen op regiebasis achteraf, een uurtarief van f. 85,-- all-in en vergoeding van zakelijke kilometers. Op 9 december 1999 hebben eiseres en betrokkene een intentieverklaring opgesteld. Blijkens deze verklaring zou betrokkene voor eiseres in beginsel in de jaren 2000 en 2001 voor gemiddeld 32 uren per week calculatie- en uitvoeringsbegeleidingswerkzaamheden verrichten alsmede andere mogelijke werkzaamheden. Verrekening van de gewerkte uren zou maandelijks achteraf plaats vinden tegen een all-in uurtarief.
(…)
Eiseres heeft tegen verweerders stelling (...) naar voren gebracht dat betrokkene naast calculatiewerkzaamheden ook bestekken vervaardigde op het gebied van warmte-, luchtbehandeling-, sanitair-, elektro- en transporttechnieken, doch heeft niet gemotiveerd waarom deze werkzaamheden geen wezenlijk deel van de bedrijfsvoering van eiseres vormen. De rechtbank is (...) van oordeel dat hiervan sprake is, nu deze werkzaamheden werden verricht in het kader van door eiseres uit te voeren projecten en betrokkene blijkens de e-mail van 17 november 1999 werd ingezet ter vervanging van een medewerker van eiseres. De werkzaamheden vallen voorts onder de bedrijfsomschrijving van eiseres (...). Ook calculatiewerkzaamheden (...) werden verricht in het kader van door eiseres uit te voeren projecten. Tevens heeft eiseres voor het verrichten van deze werkzaamheden in het verleden medewerkers in dienst gehad.
(…)
De rechtbank is voorts van oordeel dat (...) de vrijheid van betrokkene om zijn eigen tijd in te delen moet worden gerelativeerd, omdat deze vrijheid begrensd zal zijn geweest door de noodzakelijke voortgang van de door eiseres te verrichten projecten (...). Daarnaast ziet de rechtbank in de (...) omstandigheid dat betrokkene bepaalde werkzaamheden alleen ten kantore van eiseres kon verrichten aangezien bepaalde STABU bestekken wettelijk zijn voorzien van licenties en betrokkene gebruik diende te maken van een op het netwerk beschikbaar programma, eerder een gezagselement dan het ontbreken van een gezagsverhouding.
(…)
Voorts heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres verplicht was tot loonbetaling aan betrokkene. De betalingen dienen te worden beschouwd als tegenprestatie voor de door betrokkene verrichte arbeid.
(…)
De aard van de werkzaamheden van betrokkene brengt met zich dat deze werkzaamheden alleen konden worden verricht door personen met bepaalde specifieke kwalificaties, zodat onaannemelijk is dat betrokkene zich zonder meer door een willekeurige derde kon laten vervangen. Dit wordt bevestigd door de verklaring van betrokkene ter zitting dat in de gevallen dat hij zich liet vervangen, dit gebeurde door werknemers van [naam B. V.], een aan eiseres gelieerd detacheringsbureau.”