ECLI:NL:CRVB:2005:AU1142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit over WAO-uitkering en dagloonberekening bij ziekte en arbeidspatroon
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering en het garantiedagloon vast te stellen op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100 en een dagloon van €29,94. Het UWV had het dagloon berekend door het per dag verdiende loon te verlagen met een factor vanwege perioden waarin appellante uit eigen keuze niet werkte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er voldoende aanwijzingen waren dat het niet solliciteren niet causaal verband hield met haar ziekte. In hoger beroep betwistte appellante dit en stelde dat zij uit medische gronden niet kon solliciteren.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat medische redenen haar verhinderd hebben te solliciteren. Gezien het arbeidspatroon in het refertejaar was het toepassen van de Dagloonregelen WAO en het dervingsprincipe correct. Er waren geen gronden om het besluit op grond van artikel 8:75 Awb Pro te wijzigen.
Daarom bevestigde de Centrale Raad van Beroep de eerdere uitspraak en het besluit van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit om het arbeidsongeschiktheidspercentage en het garantiedagloon van appellante te handhaven.