ECLI:NL:CRVB:2005:AU1147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsplicht arbeidsverhouding vijftigplussers via bemiddelingsmethode
Appellante, een bemiddelingsbedrijf voor vijftigplussers, stelde dat er geen verzekeringsplichtige arbeidsverhouding bestond tussen haar en de vijftigplussers die via haar methode werkten. De rechtbank had eerder geoordeeld dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking conform artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten en de uitzendovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:690 BW Pro.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat de drie kenmerken van een dienstbetrekking – persoonlijke arbeidsverrichting, loonbetaling en gezagsverhouding – aanwezig zijn in de driepartijenrelatie tussen appellante, de vijftigplussers en de bedrijven. Het beroep van appellante op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat verzekeringsplicht van rechtswege ontstaat.
Het verzoek om schadevergoeding wegens gederfde verdiensten wordt afgewezen. De Raad benadrukt dat algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het vertrouwensbeginsel, geen invloed hebben op de verzekeringsplicht zelf, maar pas relevant kunnen zijn bij besluiten over premieheffing.
De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verzekeringsplichtige arbeidsverhouding en wijst het verzoek om schadevergoeding af.