ECLI:NL:CRVB:2005:AU1156
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij verlaging bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking arbeidsinschakeling
Verzoeker ontvangt sinds 1993 een bijstandsuitkering en kreeg bij besluit van 26 november 2004 een verlaging van 40% van zijn uitkering opgelegd wegens het voor de vierde keer binnen twaalf maanden verstoren van zijn inschakeling naar arbeid. Na bezwaar en een gesprek met de gemeente over arbeidsactiviteiten, waarbij een afspraak met Tempo Team werd gemaakt, verscheen verzoeker niet op deze afspraak. De gemeente legde daarop een maatregel van 100% verlaging van de uitkering voor één maand op.
Verzoeker stelde dat tijdens het gesprek geen afspraak met Tempo Team was gemaakt en dat de verlaging onterecht was. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de gedraging van verzoeker terecht werd gekwalificeerd als onvoldoende medewerking aan het verkrijgen van regulier werk. De rechtbank vernietigde de maatregel van 40% voor onbepaalde duur, maar handhaafde de maatregel van 100% voor een maand.
In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank voor zover deze de voortzetting van de 40%-maatregel betrof, omdat die maatregel inmiddels was herroepen. De Raad bevestigt dat de maatregel van 100% voor een maand terecht is opgelegd vanwege het niet verschijnen op de afspraak bij Tempo Team. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de verlaging van de bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking is terecht opgelegd.