ECLI:NL:CRVB:2005:AU1197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO met in stand laten rechtsgevolgen
Appellant kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Dit werd per 1 april 2002 herzien naar 15-25%, waarna appellant bezwaar maakte en in beroep ging tegen het herzieningsbesluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde de medische en arbeidskundige gronden van het herzieningsbesluit, waarbij appellant stelde dat hij meer beperkt was dan aangenomen. Hij verwees naar medische brieven over chronische pijnklachten, maar deze bevatten geen actuele functionele beperkingen. De arbeidskundige beoordeling en de gehanteerde schattingsmethodiek (CBBS) werden bevestigd.
Hoewel de Raad het bestreden besluit vernietigde wegens onvoldoende motivering, besloot hij de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. Hiermee blijft de herziening van de WAO-uitkering per 8 april 2002 van kracht.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit van de WAO-uitkering wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.