ECLI:NL:CRVB:2005:AU1213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgevolgen vernietigd WAO-besluit en handhaving oorspronkelijke beslissing
De zaak betreft een geschil over de weigering van een WAO-uitkering aan gedaagde, die sinds 1998 arbeidsongeschikt was verklaard. Appellant, het UWV, handhaafde het besluit op basis van een beoordeling dat gedaagde minder dan 15% arbeidsongeschikt was na de wettelijke wachttijd. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens schending van artikel 7:2 Awb Pro en onzorgvuldig medisch onderzoek, en beval een nieuw besluit.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch onderzoek, inclusief het rapport van psychiater IJsselstein, wel degelijk betrekking had op de datum in geding en dat de psychische beperkingen zorgvuldig waren onderzocht. De Raad concludeerde dat het rapport van IJsselstein en de aanvullende rapporten van andere deskundigen voldoende duidelijk maken dat de beperkingen op de datum in kwestie juist zijn ingeschat.
De Raad stelde vast dat gedaagde en zijn gemachtigde in beroep en hoger beroep de gelegenheid hebben gehad om hun visie te geven en dat het onderzoek naar de psychische klachten adequaat was. De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het appellant opdroeg een nieuw besluit te nemen en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke bestreden besluit volledig in stand blijven. Proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit worden volledig in stand gelaten.