ECLI:NL:CRVB:2005:AU1214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering en opleggen boete wegens niet melden gezamenlijke huishouding
Appellante voerde hoger beroep aan tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Tilburg bevestigde om haar bijstandsuitkering in te trekken en een boete op te leggen wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding.
De Raad concludeerde op basis van huisbezoeken, verklaringen en bewijsstukken dat appellante en haar partner een gezamenlijke huishouding voerden zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene bijstandswet (Abw). Hierdoor kon appellante niet langer als zelfstandig bijstandsgerechtigde worden beschouwd.
Appellante had geen nieuwe argumenten in hoger beroep aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. De Raad oordeelde dat appellante verwijtbaar had gehandeld door de gezamenlijke huishouding niet te melden, wat leidde tot het ten onrechte ontvangen van bijstand. Daarom was het opleggen van een boete van € 242,-- gerechtvaardigd.
De Raad wees ook af dat op grond van de ernst van de gedraging, omstandigheden of het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten een lagere sanctie passend zou zijn. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de bijstandsuitkering met boete wordt bevestigd.