ECLI:NL:CRVB:2005:AU1228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing AAW-uitkering wegens ontbreken onafgebroken arbeidsongeschiktheid sinds 1975
Appellant heeft in oktober 1997 een uitkering aangevraagd op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW), stellende sinds het vierde kwartaal van 1975 arbeidsongeschikt te zijn door psychische klachten. Gedaagde, het UWV, weigerde de uitkering omdat geen eerste dag van arbeidsongeschiktheid kon worden vastgesteld. Diverse medische rapporten, waaronder van psychiaters Delpeut, Kabela, Goldwasser en Blom, werden overlegd.
De onafhankelijke deskundige Kabela concludeerde dat geen duidelijke psychiatrische ziekte was vastgesteld en dat geen onafgebroken periode van 52 weken arbeidsongeschiktheid sinds 1975 kon worden bevestigd. De rechtbank hechtte meer waarde aan Kabela dan aan de rapporten van Goldwasser en Blom, die onvoldoende inhoudelijk waren gemotiveerd. Bovendien bleek appellant in de jaren 1975 en 1976 loonvormende arbeid te hebben verricht.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank en de onafhankelijke deskundige gevolgd. De Raad oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren om af te wijken van het oordeel van de onafhankelijke deskundige. De afwijzing van de AAW-uitkering berust op een deugdelijke medische grondslag en wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de AAW-uitkering wegens het ontbreken van een onafgebroken periode van 52 weken arbeidsongeschiktheid sinds 1975.