ECLI:NL:CRVB:2005:AU1304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Privaatrechtelijke dienstbetrekking vastgesteld tussen gedaagde en betrokkenen
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht die het bestreden besluit vernietigde omdat het werkgeversgezag ontbrak. Gedaagde houdt zich bezig met lichtreclames en had betalingen gedaan aan twee betrokkenen, waarvan werd betwist of zij in dienstbetrekking werkten.
De Raad overweegt dat voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking drie voorwaarden gelden: persoonlijke dienstverrichting, loonbetaling en gezagsverhouding. Uit het dossier blijkt dat de werkzaamheden daadwerkelijk door één van de betrokkenen werden verricht, zij zich niet konden laten vervangen door derden, en dat de betalingen een reële tegenprestatie vormden.
Daarnaast was er voldoende aanwijzing voor een gezagsverhouding, onder meer doordat de werkzaamheden wezenlijk waren voor de bedrijfsvoering, betrokkenen gebruik maakten van bedrijfsauto’s, zij op uurbasis declareerden en klachten over hun werk bij gedaagde werden ingediend. Ook werden werktijden door gedaagde en haar opdrachtgevers vastgesteld.
Gezien deze feiten concludeert de Raad dat aan alle vereisten voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking is voldaan. De eerdere uitspraak wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.