ECLI:NL:CRVB:2005:AU1306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking in socialezekerheidsrecht
Appellante verzorgt cursussen en opleidingen op het gebied van management en communicatie. In 1999 heeft een werknemer voor appellante cursussen verzorgd. Naar aanleiding van een looncontrole onderzocht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de arbeidsverhouding tussen appellante en de werknemer aan de hand van ingevulde vragenlijsten.
Gedaagde concludeerde dat er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, omdat voldaan werd aan de vereisten van persoonlijke dienstverrichting, loonbetaling en gezagsverhouding. Dit leidde tot een besluit waarbij de werknemer verplicht verzekerd werd verklaard voor de sociale werknemersverzekeringswetten.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellante ongegrond en onderschreef het standpunt van gedaagde. Appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die het oordeel van de rechtbank bevestigde. De Raad oordeelde dat de drie vereisten voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking waren vervuld en dat er geen gronden waren voor een ander oordeel. De stelling dat vragenlijsten slechts met ja of nee konden worden beantwoord, vond de Raad onvoldoende om het besluit te wijzigen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de werknemer blijft verplicht verzekerd als privaatrechtelijke dienstbetrekking.