ECLI:NL:CRVB:2005:AU1308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking wegens ontbreken gezagsverhouding
Appellant verrichtte werkzaamheden voor appellante, waarbij maandelijks een bedrag van fl. 5.000 werd betaald als loon. Appellant was verplicht de arbeid persoonlijk te verrichten en vervanging was niet gebleken. De rechtbank had eerder geoordeeld dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking vanwege het essentiële karakter van de werkzaamheden en het bestaan van een gezagsverhouding.
De Centrale Raad van Beroep heroverwoog de feiten en concludeerde dat hoewel loonbetaling en persoonlijke arbeid aanwezig waren, er geen gezagsverhouding bestond. Appellant kon zijn werkzaamheden zelfstandig en naar eigen inzicht verrichten, bepaalde zelfstandig de prijs en sloot verkoopovereenkomsten zonder overleg. De verkoop van zilveruien werd niet als essentieel onderdeel van de bedrijfsvoering van appellante gezien.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraken en besluiten, oordeelde dat er geen verzekeringsplichtige arbeidsrelatie was en veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot betaling van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking wegens ontbreken van een gezagsverhouding.