ECLI:NL:CRVB:2005:AU1320
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens ontoereikende arbeidskundige grondslag
Verzoekster, sinds 1978 werkzaam als inpakster, werd in 1994 arbeidsongeschikt wegens zwangerschapsklachten en ontving een WAO-uitkering. Na herbeoordeling in 1996 werd haar uitkering ingetrokken op arbeidskundige gronden. In 2001 weigerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) haar ziekengeld met toepassing van artikel 44 Ziektewet Pro.
De rechtbank vernietigde dit besluit in 2002 wegens een ontoereikende arbeidskundige onderbouwing, waarna UWV een nieuw onderzoek liet uitvoeren. Dit rapport bevestigde dat het inpakwerk te belastend was voor verzoekster, met name door de fysieke eisen zoals zitten, staan, gebogen werken en kortcyclisch buigen.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het nieuwe arbeidskundig onderzoek voldoende is en dat het besluit tot weigering van ziekengeld terecht is genomen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld aan verzoekster.