ECLI:NL:CRVB:2005:AU1328
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUV-uitkering wegens ontbreken causaal verband met vervolging
De erven van betrokkene, die in Indonesië woonde en in 2001 een aanvraag deed voor een WUV-uitkering, stelden dat zijn lichamelijke klachten verband hielden met de vervolging tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië. Verweerster wees de aanvraag af voor zover het ging om lichamelijke klachten, omdat deze niet het niveau van ziekte of gebrek bereikten of niet aan de vervolging konden worden toegeschreven.
De Raad baseerde zich op medisch advies, waaronder een rapport van een arts die betrokkene in Indonesië onderzocht en gegevens van Nederlandse artsen. De hypertensie, nierklachten, resttoestand van verlamming en prostaatklachten werden niet als gevolg van de vervolging erkend. De Raad oordeelde dat de omgekeerde bewijslast niet van toepassing was omdat de medische wetenschap de oorzaken van de aandoeningen niet kon doorgronden.
De Raad vond het bestreden besluit goed gemotiveerd en deugdelijk voorbereid. Er was geen grond voor vernietiging van het besluit en ook geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de WUV-uitkering blijft in stand.