ECLI:NL:CRVB:2005:AU1330
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzet wegens niet-tijdige betaling griffierecht
Opposant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan. Opposant deed verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, stellende dat hij tijdig opdracht had gegeven tot betaling van het griffierecht.
De Raad stelde vast dat het griffierecht pas na de uiterlijke betaaldatum op de rekening van de Raad was bijgeschreven. Ondanks de stelling van opposant dat hij op 23 november 2004 opdracht tot overschrijving had gegeven, oordeelde de Raad dat dit geen verschoonbare reden was voor de overschrijding van de betalingstermijn.
De Raad benadrukte dat opposant zelf verantwoordelijk is voor tijdige betaling en dat hem bij eerdere brieven duidelijk was gemaakt dat alleen de dag van bijschrijving op de rekening van de Raad beslissend is. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de niet-ontvankelijkverklaring in stand.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald en het verzuim niet verschoonbaar is.