ECLI:NL:CRVB:2005:AU1339
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering uitbreiding huishoudelijke hulp
Eiseres, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, heeft meerdere malen een voorziening voor huishoudelijke hulp ontvangen. In maart 2004 verzocht zij om uitbreiding van deze hulp van 8 naar 12 uren per week. Verweerster heeft dit verzoek bij besluit van 9 juli 2004 afgewezen. Het bezwaar tegen dit besluit werd namens eiseres te laat ingediend, waarna verweerster het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de bezwaartermijn van zes weken zoals bepaald in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Eiseres voerde aan dat haar hulpbehoevendheid leidde tot uitstel en daardoor te late reactie op belangrijke zaken. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen. Er was geen bewijs dat eiseres of haar echtgenoot gedurende de gehele termijn niet in staat waren om tijdig een bezwaarschrift in te dienen.
De Raad concludeert dat het besluit tot niet-ontvankelijkheid terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond. Tevens is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten zoals bedoeld in artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder geldige reden.