ECLI:NL:CRVB:2005:AU1367
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Eiser, geboren in 1935 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg erkenning als burgeroorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode. Verweerster wees de aanvraag af omdat, hoewel eiser oorlogsgeweld had ondervonden, niet was voldaan aan de wettelijke eis van blijvende lichamelijke of psychische invaliditeit.
De Raad baseerde zich op medische adviezen van geneeskundig adviseurs die concludeerden dat eiser weliswaar psychische klachten heeft die deels verband houden met zijn kampverleden, maar dat deze niet leiden tot invaliditeit in de zin van de Wet. Lichamelijke klachten zoals hoofdpijn en maagklachten werden niet aan de oorlogservaringen toegeschreven.
Eiser en zijn gemachtigde betwistten dit, onder meer door te stellen dat eiser zich tijdens het onderzoek beter had voorgedaan dan in werkelijkheid, maar dit werd niet medisch onderbouwd. De Raad vond het bestreden besluit deugdelijk gemotiveerd en zag geen reden om de medische adviezen te verwerpen.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het beroep ongegrond en wees zij de erkenning als burgeroorlogsslachtoffer af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van blijvende invaliditeit.