ECLI:NL:CRVB:2005:AU1423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde sociale verzekeringspremies zonder rechtsgeldige melding betalingsonmacht
De zaak betreft een appellant die als bestuurder van een financiële dienstverleningslichaam aansprakelijk werd gesteld voor onbetaalde sociale verzekeringspremies over 1999 en 2000. De premies waren niet betaald en het lichaam ging failliet op 11 juli 2000. De appellant werd op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) hoofdelijk aansprakelijk gesteld.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van betalingsonmacht op de datum van de eerste termijn van de voorschotnota, maar dat het lichaam niet tijdig en rechtsgeldig melding had gemaakt van deze betalingsonmacht. Tevens had appellant het wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur niet weerlegd. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het faillissement geen terugwerkende kracht heeft voor de melding van betalingsonmacht vóór het faillissement.
De Raad wijst het bewijsaanbod van appellant af vanwege het ontbreken van concrete feiten en omstandigheden. Ook het argument dat appellant door een andere bestuurder was misleid, leidt niet tot het weerleggen van het vermoeden van onbehoorlijk bestuur. De hoogte van de aansprakelijkstelling wordt als juist beoordeeld, gebaseerd op door het lichaam zelf aangeleverde gegevens. Het beroep op overschrijding van de redelijke termijn wordt verworpen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkstelling van appellant voor onbetaalde premies wegens het ontbreken van een rechtsgeldige melding betalingsonmacht en het niet weerleggen van het vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur.